HomeActueelEen Israëlische correctie én cultuurles

Een Israëlische correctie én cultuurles

Publicatiedatum: 14 jan. 2016

Krantenkoppen trekken. Zo ook toen ik mijn lijfblad TLS (The Times Literary Supplement) van 8 januari 2016 ter hand nam. Onder de eenvoudige kop “National Library of Israel” verraste Reuven Amitai met een historische correctie en een actuele cultuurles uit Jeruzalem.

Het bijzondere van Amitai’s bijdrage aan de TLS is dat zij gewoon een ingezonden brief is. Maar juist zulke epistels kunnen ware goudmijntjes zijn qua informatieverwerving.

Voor mij was Amitai’s uitvoerige “letter to the editor” echt een “eyeopener”.

Wat bewoog Reuven Amitai echter in de pen te klimmen? De wetenschapper van de Hebreeuwse Universiteit te Jeruzalem wilde iets rechtzetten. En wel de bewering van Alberto Manguel (directeur van de Nationale Bibliotheek van Argentinië) in de TLS van 4 december 2015 dat Israëlische troepen na afloop van de Zesdaagse Oorlog van 1967 zich schuldig zouden hebben gemaakt aan een grootscheepse boekenroof in de Palestijnse gebieden.

Alberto Manguel gaf verder aan “dat de verbannen eigenaren” tevergeefs hebben gepoogd hun boeken terug te krijgen. “De Israëlische autoriteiten weigerden dat of deden er het zwijgen toe”, aldus Manguel.

De Argentijnse nationale bibliothecaris ging zelfs nog een stap verder in zijn kritiek: “Functionarissen van de Nationale Bibliotheek te Jeruzalem hebben erkend dat veel geplunderde boeken vandaag de dag kunnen worden teruggevonden op de planken van de Nationale Bibliotheek.”

Deze forse aanklacht vroeg om een helder weerwoord, vond Reuven Amitai. Per slot van rekening maakte hij al sinds 1980 veelvuldig gebruik van de Nationale Bibliotheek in zijn vaderland en had “nog nooit van dit verhaal gehoord”.

Amitai trok dus meteen zelf Manguel’s story over de boekenroof na. Het resultaat? “De verantwoordelijke personen van de Nationale Bibliotheek informeerden mij  op niet mis te verstane wijze dat er zich in de bibliotheek geen geheime bergplaats van geroofde banden –in het Arabisch of een andere taal- uit het jaar 1967 bevond.”

Logisch dat Reuven Amitai zich in zijn ingezonden brief aan de TLS afvroeg welke “functionarissen” Mr. Manguel precies had gesproken. Want “mijn informatie komt van verscheidene oudere bibliothecarissen, waarvan sommigen al meer dan veertig jaar bij de Nationale Bibliotheek werkzaam zijn”.  Mocht Manguel over aanvullende informatie beschikken, dan hield Amitai zich sterk aanbevolen.

Overigens benadrukte de Israëlische wetenschapper in zijn schrijven dat hij beslist geen kwade wil veronderstelt bij zijn Argentijnse uitdager. “Wellicht dat hij het jaar 1967 verwarde met de periode 1947/48.”

Vond toen dan wel de gewraakte Israëlische boekenroof op Palestijnse particulieren plaats? “Inderdaad kwamen tijdens en na die vroegere oorlog duizenden Arabische boeken in de collectie van de Nationale Bibliotheek terecht”, geeft Amitai aan. Deze boeken waren afkomstig uit verlaten woonhuizen.

Interessant is wat Amitai in zijn reactie op Manguel onthulde over de officiële Israëlische handelwijze in deze situatie. “Deze boeken vallen officieel onder het toezicht van de “Beheerder van Achtergelaten Bezit” die weer ressorteert onder het Israëlische Ministerie van Financiën. De boeken zijn echter in bewaring gegeven aan de Nationale Bibliotheek die verantwoordelijk is voor hun behoud en toegankelijkheid voor onderzoeksdoeleinden.”

De Nationale Bibliotheek heeft deze specifieke collectie boeken apart gecatalogiseerd. Zij zijn dus allesbehalve opgegaan in de bijzonder grote collectie van Arabische studiemateriaal die de bibliotheek herbergt.

En dat met reden, onderstreepte Reuven Amitai. “Dit geeft voor mij aan dat de intentie altijd is geweest om deze “boeken uit 1948” terug te geven binnen het kader van een politieke overeenkomst tussen Israël en Palestina, waarbij diverse restitutiekwesties op afhandeling zullen wachten.”

Amitai onderbouwde zijn interpretatie met een precedent.  De archeologische vondsten uit de Sinaï, die zich in Israëlische handen bevonden, zijn tijdens de implementatie van het vredesverdrag met Egypte tot op de laatste scherf geretourneerd richting Cairo.

In feite gaven de soldaten en bibliothecarissen van de nieuwe staat Israël, die zich bekommerden om achtergelaten Arabische werken, de buitenwereld een imponerende cultuurles. Want, zo vraagt Reuven Amitai zich terecht af, welk lot was de boeken beschoren die Joden moesten achterlaten in diverse Arabische landen in de vroege jaren vijftig? Welke Arabische onderzoeker neemt deze Joodse handschoen op?!

Bas Belder, vice-voorzitter Israëldelegatie Europees Parlement

Dit artikel is tevens verschenen op de website van Christenen voor Israel