HomeActueelTurkije laat Europa opdraaien voor strategie met Syrische vluchtelingen

Turkije laat Europa opdraaien voor strategie met Syrische vluchtelingen

Publicatiedatum: 10 feb. 2016

Zelden heeft een besluit van de Europese staats- en regeringsleiders zulke brede en scherpe kritiek uitgelokt als de EU-afspraken met Turkije van 29 november 2015 ter beheersing van de vluchtelingencrisis. Afkeurende geluiden als “uitverkoop van Europese waarden” en “een knieval voor Ankara” klonken. Een verkenning van de achtergronden van massaal, schrijnend Syrisch vluchtelingenleed.

"Zo´n 1,5 miljoen mensen zijn in 2015 illegaal de EU binnengekomen. De meesten van hen via Turkije."  Met deze twee zinnen richtte de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, zich tot Ankara´s vertegenwoordigers tijdens een gezamenlijk treffen.  Zij leggen drie zaken bloot. De urgentie van het vluchtelingenvraagstuk,  de centrale rol van Turkije daarin en het terugwinnen van de controle over de Europese buitengrens in de Egeïsche Zee. Want juist de controle over deze buitengrens was onder de aandrang van meer dan 150.000 niet-geregistreerde reizigers naar Griekenland in september 2015 verloren gegaan.

In de woorden van Tusk klonken duidelijk de zorgen over de interne vrede, veiligheid en samenhang binnen de EU door.  Voor het waarborgen van deze cruciale Europese belangen was nauwe samenwerking met Turkije dringend geboden. En ondanks alle sceptische geluiden bewees Turkije luttele dagen na de ontmoeting met Tusk waartoe het in staat was: de Turkse kustwacht verhinderde de illegale overtocht van ongeveer 1.500 personen. Dat brengt de Duitse Turkije-specialist Günter Seufert  tot  de heldere observatie dat "de vraag daarom niet is of Turkije in staat is grotere migratiestromen te controleren, maar of het land op de middellange en lange termijn daartoe ook bereid is."

Daarmee keren we terug naar de wederzijdse afspraken van 29 november 2015 tussen de EU en Turkije. Die afspraken behelzen naast intentieverklaringen van beide partijen bovenal de uitvoering van het Gezamenlijk Actieplan van Turkije en de EU van 15 oktober 2015. In het Actieplan zegt Turkije een strengere controle van zijn land- en zeegrenzen met de EU toe. Verder zal Ankara terugkeerafspraken met buurlanden Griekenland en Bulgarije honoreren.  Ten derde garandeert de Turkse regering de implementatie van nieuwe registreringsregels voor vluchtelingen. Ook zal de bestrijding van mensensmokkel van Turkse zijde worden geïntensiveerd. Zo ook de samenwerking met Frontex, de Europese grensbewakingsinstantie.

Veelbelovend klinken ook de Turkse toezeggingen op sociaal vlak richting de miljoenen vluchtelingen op eigen grondgebied. Er is sprake van toegang tot medische zorgverlening, onderwijs voor de kinderen van vluchtelingen en de "deelname" van de vluchtelingen aan het economisch leven.

Onder de Europese toezeggingen van 29 november 2015 aan Turkije vallen vooral twee dingen op: omvangrijke financiële hulp  ter ondersteuning van de vluchtelingen in Turkije én snellere toetredingsonderhandelingen. Daarenboven zullen Brussel en Ankara voortaan een halfjaarlijkse top houden. Om nog maar niet te spreken van de instelling van een permanente politieke dialoog.

Tegen de achtergrond van al deze verheven voornemens dringt de vraagt zich op: hoe realistisch is dat Turkije haar intentieverklaringen ook metterdaad in daden omzet?  Heel nuchter merkt Günter Seufert hierbij op dat Europa van Turkije wel heel grote stappen verwacht.

Deze Duitse wetenschapper wijst allereerst op de hoge financiële kosten waaronder Turkije gebukt gaat door de vluchtelingencrisis. Volgens VN-cijfers herbergt Erdogans staat constant meer dan twee miljoen vluchtelingen, vooral uit Syrië, maar ook uit Irak.  En zelfs indien Ankara de grenzen hermetisch zou afsluiten, dan nog zou het aantal Syriërs binnenslands stijgen.  Want  sinds het begin van de Syrische massavlucht over de Turkse grens in 2011 zijn er meer dan 150.000 Syrische kinderen geboren op Turks territoir. Let wel, maar liefst 54 procent van de Syrische vluchtelingen aldaar is 18 jaar of jonger.

Volgens eigen opgaven heeft Ankara tot op heden acht miljard dollar uitgegeven voor... de onderbrenging van hoogstens 15 procent van de vluchtelingen in 25 kampen  (alle anderen verblijven buiten de kampen), hun registrering, medische noodopvang en deelonderwijs voor kinderen.  Deze schrijnende situatie impliceert  intussen  dat  tweederde van de minderjarige Syrische vluchtelingen geen onderwijs ontvangt  ofwel  naar schatting meer dan 400.000 jongeren.

Met teruglopende groeicijfers voor de nationale economie, oplopende werkloosheidsstatistieken en  toenemende onlustgevoelens onder Turkse burgers jegens een gigantische vluchtelingenschare is het klip en klaar dat de Europese integratie-eis de Turkse autoriteiten simpelweg overvraagt.

Geen wonder dat de Turkse regering officieel nog altijd spreekt van een spoedige terugkeer van de vluchtelingen.  Zij confronteert de eigen bevolking liever niet met de realiteit van een duurzaam verblijf van de Syrische "gasten". En juist hun Arabische komaf zou bij inburgering in Turkije een radicale breuk betekenen met de traditie van nationale opname van slechts "groepen van Turkse herkomst en cultuur". Verzet uit nationalistische hoek en delen van het veiligheidsapparaat ligt in dit integratie-en naturalisatiescenario voor de hand.

De huidige rechtsregels in Turkije houden een langdurige integratie van Syrische vluchtelingen tegen. Neem bijvoorbeeld de vestigingswet van 2006 die de inburgering van grotere groepen van personen van “niet-Turkse herkomst en cultuur’ verhindert. En ook de rechtsstatus van een verblijfsvergunning als asielzoeker is voor Syriërs niet weggelegd. Want dat verbiedt weer de Turkse toepassing van de Geneefse vluchtelingenconventie van 1951 en haar toegevoegd protocol van 1967: Ankara past de conventie slechts op vluchtelingen uit Europa toe. Van de Syrische vluchtelingen in Turkije bezit slechts drie procent een gewone verblijfsvergunning. Dat zijn circa 80.000 personen die op reguliere wijze met reisdocumenten het land zijn binnengekomen. Zij komen officieel voor een werkvergunning in aanmerking. Echter, van de tot dusverre ongeveer 10.000 verstrekte werkvergunningen gingen er 6.000 naar de eigenaars  van met Syrisch kapitaal opgerichte bedrijven.

Meer dan 95 procent van de Syrische vluchtelingen in Turkije valt momenteel onder de “Richtlijn voor de tijdelijke bescherming van vluchtelingen” van oktober 2014. Naar het spraakgebruik van de Turkse regering heten de leden van deze groep “gasten”.  Op grond van deze richtlijn ontvangen geregistreerde (!) Syriërs de legitimatiepapieren van een vluchteling. Daarmee kunnen zij weliswaar niet worden teruggestuurd en hebben zij toegang tot openbare sociale diensten (bijvoorbeeld eerste medische hulp, tolken, scholing), maar van werkvergunningen is tot op heden geen sprake.

Intussen dient de context van de Europees-Turkse afspraken over de Syrische vluchtelingenstroom niet uit het oog te worden verloren. Een naaste adviseur van president Erdogan, Burhan Kuzu, leverde meteen commentaar op het bereikte akkoord: “Toen de EU merkte hoe vastberaden Turkije is, heeft zij naar de geldbeurs gegrepen. Ik had het toch gezegd: Wij openen de grenzen en jagen jullie de vluchtelingen op de nek.”

Erdogan zelf had overigens enkele weken eerder in een interview met de Amerikaanse zender CNN niet alleen de Europeanen ervan beschuldigd dat zij “de vluchtelingen in de Middellandse Zee laten verdrinken”,  maar tegelijkertijd de dreigende vraag gesteld van “Wat gebeurt er wel, wanneer 2,2 miljoen vluchtelingen naar Europa marcheren?”

En kort voordat de vluchtelingenstroom richting Europa aanzwol in september 2015 zond de chefredacteur van het officieuze regeringsdagblad Yeni Safak een eerste waarschuwing aan de EU. Onder de titel “Doe de poorten open. Miljoenen zullen naar Europa stromen!”  heette het in zijn commentaar dat “een grote mars naar Europa” zou inzetten, “van de kusten van de Middellandse Zee, … uit Afghanistan en Syrië, uit Mesopotamië en Noord-Afrika, … in de hoofdsteden van Europa”.

Deze citaten geven een Turkse geesteshouding weer die evident bewijst dat Ankara de vluchtelingencrisis herhaaldelijk als politiek instrument tegen de EU heeft gehanteerd. Dat vormt zonneklaar de context van het controversiële vergelijk tussen de EU en Turkije luttele maanden later in 2015.

Over politieke instrumentalisering gesproken. Datzelfde motief gaat op, aldus analisten van zowel Europese als Turkse komaf, voor de grootscheepse opname van Syrische vluchtelingen door Turkije. Dat gebeurde bepaald niet louter op humanitaire gronden. Politieke overwegingen speelden evengoed een grote rol. De Turkse autoriteiten rekenden op een spoedige overwinning van de Syrische rebellen. De val van de Syrische alleenheerser Bashar al-Assad zou aanstaande zijn. Om na de oorlog de bepalende machtsfactor in Damascus te zijn gaven zij krachtige steun aan de soennitische oppositie in het buurland en toonden zich tegelijkertijd grootmoedige opvangers van Syrische vluchtelingen. Zo zou het Turkse mes aan twee kanten snijden in Syrië.

En passant droomde Erdogan in september 2012 dat hij binnenkort in de beroemde Omayyaden-moskee in Damascus het rituele gebed zou gaan verrichten…

Het Turkse beleid van een open grens met Syrië hielp niet alleen vluchtelingen, onderstreept prof. Ayhan Kaya van de Bilgi Universiteit in Istanbul. “Het maakte het ook gewapende individuen gemakkelijk om aan beide zijden van de Turks-Syrische grens vrijelijk te opereren, zij het als strijders van het Vrije Syrische Leger, die deels door de Turkse staat werden getraind en militair uitgerust, zij het als rekruten van de zogenoemde Islamitische Staat uit de gehele wereld, inclusief Turkije.”

Op die groep IS-strijders stelde president Erdogan zijn hoop dat zij de politieke en militaire opmars van de Syrische Koerden zouden stuiten. Een onafhankelijke Koerdische PKK-entiteit ten zuiden van de Turks-Syrische grens is immers het schrikbeeld van de Turkse machthebbers. Kortom, de Turkse politiek van de open grens maakte deel uit van de Turkse strategie van een snelle val van het Assad-regime.

Internationale druk om de grens met Syrië beter te bewaken tegen de circulatie van jihadisten wees de Turkse minister-president Ahmet Davutoglu nog op 10 januari 2015 in Berlijn simpelweg van de hand onder verwijzing naar de nood van de vluchtelingen. Let wel, dat deed hij heel kort na de Parijse terreuraanslagen op het satirische blad Charlie Hebdo en de kosjere supermarkt.

Turkije-specialist Günter Seufert windt er geen doekjes om: lange tijd hield Turkije de internationale gemeenschap bewust op afstand in haar vluchtelingenbeleid en dat voedt de verdenking dat de vluchtelingenkampen en hun omgeving werden benut als herstel- en terugtochtsplaatsen voor rebellen. Een tijdlang kregen zelfs Turkse niet-regeringsorganisaties of de VN geen toegang tot de vluchtelingenkampen.  Echter, Assads val bleef maar uit.

In de Europees-Turkse toenadering van vandaag acteren al met al twee partijen die danig in het nauw zitten. De Turkse dromen van een leidende positie in het Midden-Oosten zijn op het Syrische slagveld (vooralsnog) in rook opgegaan. Erdogan heeft Europa en de VS weer uitdrukkelijk nodig en hanteert daarbij zonder enige scrupules het immense vluchtelingenvraagstuk, Europa’s achillishiel. Daarbij is het duidelijk, aldus prof. Ayhan Kaya, dat er een correlatie bestaat tussen de dodelijke reizen van vele vluchtelingen over de Egeïsche Zee en hun slechte behandeling in Turkije gedurende de afgelopen jaren.

Het is derhalve zeer de vraag of Europese miljarden dit schrijnende massaleed zullen verhelpen, laat staan Syrische vluchtelingen weer toekomstperspectieven bieden. Helder is wel dat Ankara het lot van (miljoenen) Syrische vluchtelingen (voorzien was maximaal 100.000) opnieuw instrumentaliseert, nu niet tegen Damascus, maar tegen Brussel/Berlijn.

Dit artikel is verschenen in Profetisch Perspectief, februari 2016