HomeActueelVredesverdrag met Israël “rode lijn” voor koning Abdullah

Vredesverdrag met Israël “rode lijn” voor koning Abdullah

Publicatiedatum: 26 aug. 2013

Aan de vooravond van een werkbezoek aan Jordanië (19-21 augustus 2013) kreeg ik van een westerse insider in Amman het volgende advies: Wie Jordanië bezoekt, doet er verstandig aan het onderwerp Israël zoveel mogelijk te vermijden. Zelfs voor gesprekken met Jordaanse christenen en kerkelijke leiders geldt dat.  Ik hoefde de proef op de som niet zelf te nemen, mijn geletterde Jordaanse gesprekspartners namen zelf veelvuldig de Joodse staat op de lippen.

Op welke wijze? Zonder uitzondering in negatieve zin. Samen met de VS figureerde Israël als dé boosdoener in het Midden-Oosten. Washington en Jeruzalem zouden de hand hebben in de Syrische en Egyptische crisis. De huidige ontwrichting in de Arabische wereld komt uit een kwaadaardige Amerikaans-Joodse koker. Het antiwesterse, ja antisemitische samenzweringsdenken zit blijkbaar erg diep en duurt maar voort.

Hier stuitte ik op een opvallende tegenstrijdigheid bij mijn Jordaanse gesprekspartners.  Allen zijn zij fervente tegenstanders van de roerige moslimbroeders in eigen land. Tegelijkertijd is koning Abdullah hun politieke houvast.  Juist de Jordaanse vorst staat pal achter het vredesverdrag tussen zijn land en Israël. Recent nog zei koning Abdullah letterlijk tegen de Amerikaanse journalist Jeffrey Goldberg dat dit vredesverdrag voor hem “een rode lijn” is.  Overschrijding van die “rode lijn” van welke binnenlandse politieke kracht dan ook, duldt de Jordaanse vorst niet.

Het verbaast niet dat de Jordaanse moslimbroeders, politiek georganiseerd in het Islamitische Actiefront, tegen deze “rode lijn” fulmineren en ageren.  Hun leider, Hammam Saeed, neemt daarbij geen blad voor de mond. Voorstanders van een “duurzame vrede” met de Joodse staat beschouwt hij als regelrechte ketters. Want zij keren zich tegen “de islamitische wet” die “in naam van Allah bepaalt dat Palestina tot de islamitische natie behoort”.

Hammam Saeed hanteert in feite ook een “rode lijn”, een strikt religieuze. Voorstanders van een “duurzame vrede” met Israël plaatsen zichzelf buiten de “umma”, de wereldwijde islamitische geloofsgemeenschap. Voor hen is in de woorden van Hammam Saeed “geen plaats in de religie van Allah”.  Daarmee heet koning Abdullah, een vurig pleitbezorger voor duurzame vrede tussen Israëli’s en Palestijnen, in feite “een ketter”, geen moslim.

Tussen haakjes: de leider van de Jordaanse moslimbroeders hoedt zich er wel voor het woord “Israël” uit te spreken. Uit principe. Want Israël bestaat volgens hem gewoonweg niet. Het is alles “Palestina” wat bij Hammam Saeed de klok slaat.

Mijn zegsman in Amman attendeerde mij eveneens op het wijdverbreide antisemitisme onder Jordaanse parlementariërs. Zo zouden van de huidige 150 leden van de volksvertegenwoordiging minstens 110 voorstander zijn van een annulering van het vredesverdrag met Israël.  Maar bovenal manifesteerde zich dat antisemitisme in een aantal treurige incidenten dit voorjaar.

Het eerste ernstige antisemitische incident deed zich begin april voor. Toen eisten 110 Jordaanse parlementariërs tijdens een chaotische zitting de onmiddellijke vrijlating van Ahmad Daqamseh.  Wie is deze man? De Jordaanse soldaat die in 1997 zijn geweer leegschoot op de deelnemers aan een Israëlisch schoolreisje naar de Israëlisch-Jordaanse grens. Daqamseh doodde daarbij zeven Israëlische schoolmeisjes en verwondde zes anderen. Zijn haatvolle reactie op een gebaar van vrede en verzoening.

De meervoudige moordenaar Ahmad Daqamseh kreeg levenslange gevangenisstraf.  Nooit toonde hij enig berouw over het onschuldige bloed dat aan zijn handen kleeft. Integendeel. Hij betuigde openlijk zijn spijt over “het feit dat zijn geweer niet goed functioneerde waardoor niet álle Israëlische scholieren de dood vonden”.  Daqamseh verklaarde bovendien dat hij “het weer zou doen” als hij daarvoor de kans kreeg…

Het is ronduit schokkend dat Jordaanse parlementariërs een veroordeelde Jodenmoordenaar “een held” noemen en voor diens vrijlating ijveren. Naderhand kregen zij zelfs nog bijval van de Jordaanse minister van Justitie. Hij rechtvaardigde zijn opstelling met de woorden: “Als een Jood een Arabier vermoordt, richtten de Israëliërs een standbeeld op voor deze Jood.”

Ondertussen hield koning Abdullah zich volkomen stil tijdens de affaire-Daqamseh. Naar verluidt kon hij zich in de huidige situatie geen politieke aanvaring permitteren.

Een tweede antisemitisch incident deed zich min of meer gelijktijdig voor. In de regio Ma’an werd het dode lichaam gevonden van een 27-jarige Jordaanse politieagent. De man bleek op de dag van zijn overlijden een groep van 27 Israëlische toeristen te hebben begeleid tijdens een excursie naar de nabijgelegen Dode Zee. De raadselachtige omstandigheden rond diens dood leidden al snel in de Jordaanse sociale media tot geruchten en zelfs directe beschuldigingen richting de Israëlische toeristen. Het kwam op diverse plaatsen tot openbare verbrandingen van de Israëlische vlag. De broer van de overleden politieagent dreigde tien Israëliërs te ontvoeren en te vermoorden als vergelding.

Zoals reeds opgemerkt verviel het advies tot zelfcensuur over Jordaniës naaste buurland en formele vredespartner door openhartige gespreksgenoten. Deze houding opende de weg naar eerlijke vragen aan hun adres: Vanwaar die concentratie van jullie Jordaniërs op het “probleem Israël” terwijl jullie meegesleurd dreigen te worden met de orkaan van geweld in buurland Syrië? Het heeft veel weg van een obsessie! Sterker nog, achter hun hand fluisteren Jordaniërs tegen westerlingen dat als de situatie voor jullie land ook kritiek wordt, juist Israël zal ingrijpen.

En passant sprak ik met name kerkelijke contactpersonen in Amman aan op het gif van het alledaagse Arabische antisemitisme. Hoe kunnen christenen dat rijmen met het Evangelie?

De Jordaanse koningsgetrouwen hoorden mijn tegenkantingen stilzwijgend aan. Geen weerspraak. “Dat is nu juist het probleem”, aldus een Israëlische veteraan-diplomaat met veel Jordaanse contacten. “Maar gelukkig heeft de koning veel macht en verloopt de samenwerking op regerings- en veiligheidsniveau daardoor naar tevredenheid.” Vooral houden zo! De koning verdient met dit moedige beleid alle steun vanuit Brussel, want Europese democratiseringsdrang zou voor Jordanië zelf en Israël momenteel volstrekt averechts werken. Olie op een Arabische vuurzee.

Bas Belder, voorzitter Israëldelegatie EP