29 januari 2026

SGP wil behoud aandeel onderzoeksbudget landbouw binnen Horizon Europe

De landbouwsector kan niet zonder onderzoek en innovatie, heel belangrijk! De EU betaalt hieraan mee via het programma 'Horizon Europe'. Dat EU-onderzoeksbudget gaat flink stijgen, maar de Europese Commissie wil het aandeel voor landbouwonderzoek juist omlaag brengen. SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen wil als rapporteur namens de landbouwcommissie zorgen dat dit aandeel juist op peil blijft en is blij met de brede steun hiervoor. Bekijk de presentatie van zijn plan in het Europees Parlement in Brussel op 28 januari 2026.

Lees zijn bijdrage:

Horizon Europe is een belangrijk instrument voor het stimuleren van onderzoek en het aanjagen van innovaties. Dit kaderprogramma zal ook in de periode na 2028 een zeer strategische rol blijven spelen om Europa in de wereld te positioneren als koploper en onze concurrentiekracht op peil te houden. Aan ons als Landbouwcommissie de uitdaging om de landbouw en het hele agro-cluster in het Horizon-Europeprogramma beter te verankeren.

Dat is namelijk wat hard nodig is, want we weten allemaal hoe belangrijk de landbouw is voor onze voedselzekerheid, maar ook als belangrijke economische pijler en zeker ook onderhouder van het landschap. Cruciale speler in het landelijk gebied. Tegelijkertijd komen er zeer veel uitdagingen af op de agrarische sector en we willen allemaal verdere verduurzaming. Maar dat vraagt wel forse investeringen in onderzoek en innovatie.

Daar moeten wij ons bewust van zijn en dat moet ook zijn weerslag krijgen, wat mij betreft, in het Horizon-Europeprogramma. Wat wij nodig hebben, Voorzitter, dat is om te beginnen toereikende financiering en twee: zekerheid en continuïteit. Onderzoeksinstellingen moeten weten waar ze op kunnen rekenen, de komende jaren.

In de voorgaande periode was 18% van het onderzoeksbudget beschikbaar voor de clusters die nu samengevoegd worden op het vlak van gezondheid, biotechnologie, landbouw en bio-economie. Ik pleit ervoor om tenminste het proportionele aandeel van het budget te handhaven. Dus 18% van het totaalbudget van € 175 miljard. Concreet gaat het dan om € 31,5 miljard dat ik zou willen voorstellen voor dit specifieke cluster.

Zo kunnen we zorgen voor toereikende financiering. Maar om ook daadwerkelijke zekerheid en continuïteit hierin te waarborgen, is het ook belangrijk om binnen dat hoofdstuk heel specifiek ook geld te reserveren en te oormerken voor het cluster landbouw, voedselzekerheid en bio-economie. Ook dat ziet u terug in mijn ontwerpadvies. Het nieuwe kaderprogramma is verder denk ik ook een kans om de kloof te overbruggen tussen onderzoek aan de ene kant en de praktische toepasbaarheid van onderzoeksresultaten aan de andere kant.

In dit geval gaat het dus om de praktijk van het boerenerf. Dat moet zijn weerslag krijgen, ook in de onderzoeksprojecten. Ik stel voor om hiervoor een multi-actorbenadering te kiezen. Via die benadering kunnen we ervoor zorgen dat landbouwers en eindgebruikers actiever betrokken worden bij de hele onderzoekscyclus. En dat moet hierbij gaan wat mij betreft om echt actieve betrokkenheid en niet om zeg maar slechts het tekenen van een en niet slechts om het afvinken van een van een hokje.

Het moet echt gaan om actieve betrokkenheid bij de onderzoeksprogramma's. Het spreekt voor zich dat de deelname van primaire producenten van de landbouwers en de tijd en de expertise ook adequaat vergoed moet worden. Voorzitter, als we erin slagen om de kloof tussen onderzoek en praktijk te overbruggen, hebben we grote winst behaald omdat we daarmee de impact van onderzoek en innovatie op het gebied van landbouw en voedselzekerheid een enorme boost kunnen geven.