12 mei 2026
Opinie Bert-Jan Ruissen: Wolvenbesluit kabinet is onwerkbaar
De nieuwe Nederlandse regels over probleemwolven zijn onwerkbaar. Het kabinet stelt zoveel voorwaarden dat de wolvenoverlast zal groeien en niet afnemen. Nederland is weer onnodig strenger dan de EU vraagt.
“Wolven schuw maken, probleemwolven eerder afschieten”, kopte de NOS onlangs over de nieuwe maatregel van het kabinet over wolven. Dat lijkt een mooi doel, gezien de overlast van inmiddels 130 wolven in Nederland.
Deze roedels roofdieren zijn sinds juli minder strikt beschermd in de EU, omdat ze niet langer zeldzaam zijn. In het Europees Parlement stond ik mede aan de basis van het besluit de bescherming te versoepelen.
Goed dat Nederland nu inspeelt op de nieuwe mogelijkheden die Brussel biedt. De grootste versoepeling is dat u de wolf voortaan zonder vergunning mag verjagen of verstoren (bijvoorbeeld met een paintball-geweer). Dat is al iets, maar wat helpt dat in praktijk? Gaat u elke nacht uw schapen bewaken met een paintball-geweer?
Wie verder de kleine lettertjes van de Kamerbrief doorpluist, voelt de verbazing groeien. Nederlandse overheid komt zelf met een lange lijst voorwaarden voor het beheer van probleemwolven.
De provincie mag pas een omgevingsvergunning afgeven om een probleemwolf te doden of te vangen als het dier herhaaldelijk binnen een korte periode, goed afgeschermd vee of paarden en pony’s letsel toebrengt. Een wolvendeskundige moet vaststellen dat het echt gaat om dezelfde wolf en geen soortgenoot. U telt hier dus al vijf voorwaarden.
Zelfs àls een veehouder kan bewijzen dat aan de voorwaarden is voldaan en àls de provincie een vergunning afgeeft (dat hoeft namelijk niet), dan rijst nog de grote vraag: hoe vindt een jager nou net die ene probleemwolf terug in de provincie? Een jonge zwervende wolf kan wel 70 kilometer per dag wandelen.
Ook na aanvallen op mensen is een vergunning niet vanzelfsprekend. Zelfs als een wolf herhaaldelijk binnen een korte periode mensen aanvalt na verstoring, moet u aantonen dat u de wolf probeerde af te schrikken. Pas als dat niet helpt, mag het dier eventueel worden afgeschoten. Als een wolf eenmalig dicht bij een kinderspeelplaats komt, is dat niet voldoende om er een einde aan te maken: hetzelfde dier moet er minstens tweemaal zijn gezien.
Voor provincies lijkt het makkelijker dat ze op voorhand een vergunning mogen verlenen om wolven te doden die mens verwonden. De staatssecretaris doelt hier op ‘een zeer ernstige situatie met grote maatschappelijke onrust tot gevolg, waarbij snel gehandeld moet kunnen worden.’
Nou ja, snel? Als de jager de wolf in zijn vizier krijgt, moet er eerst een wolvenexpert komen die feitelijk vaststelt dat het om dezelfde wolf gaat. Hoe kan dit ooit werken?
Staatssecretaris Silvio Erkens schrijft zelf al in zijn brief aan de Tweede Kamer: “Het gaat bij afschot van ‘probleemwolven’ dus echt om uitzonderlijke gevallen”.
Alternatief
Effectievere aanpak zou zijn als Nederland een maximum instelt voor het aantal wolven. Zodra experts schatten dat er meer exemplaren rondlopen in ons land, dan mag het overschot worden gevangen of geschoten.
De EU laat zo’n aanpak toe. Sterker nog, Scandinavische landen hebben dat al lang ingevoerd. Duitsland neemt de wolf op in de Jachtwet, waardoor deelstaten er de wolf in het najaar mogen laten bejagen tot een bepaalde grens. Zo kan het ook!
De wolven in Nederland behoren tot de Centraal-Europese populatie. Het zou vreemd zijn als deze in Duitsland en Polen wel beheerd kan worden, maar dat het aan de Nederlandse kant van de grens opeens niet zou kunnen om met verstandig beheer een aantal wolven uit deze populatie te nemen. Notabene in het meest dichtbevolkte land, met de minste ruimte voor de wolf. Dat is vragen om meer probleemwolven.
De balans moet beter. Deze aanpak is tandeloos. Bestuurders zijn wellicht juridisch beter beschermd tegen rechtszaken. Maar veehouders, schapen en pony’s zijn hiermee amper beter af. De wolf is de lachende derde.
Deze opinie van SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen verscheen op 9 mei 2026 in Nieuwe Oogst